- Geplaatst op
- door Johanna Boers |
- Kaartspelletjes
Bij Skip-Bo probeer je als eerste je eigen stapel kaarten kwijt te raken. Dat doe je door samen met de andere spelers stapels van 1 tot en met 12 te bouwen in het midden van de tafel. De Skip-Bo-kaarten zijn jokers en passen overal.
Wat is Skip-Bo?
Skip-Bo is een kaartspel van Mattel, de maker van UNO. Het is een commerciële versie van het oude kaartspel Spite and Malice. Je speelt met een eigen deck van 162 kaarten: twaalf keer elk getal van 1 tot en met 12, plus 18 Skip-Bo-kaarten. Die laatste zijn jokers en mogen voor elk getal worden gebruikt.
| Spelers | 2 tot 6, ook in teams van twee |
| Leeftijd | Vanaf 7 jaar |
| Speelduur | Ongeveer 20 tot 30 minuten |
| Kaarten | 144 cijferkaarten en 18 Skip-Bo-kaarten |
Het Skip-Bo spel is snel uitgelegd, maar je moet goed vooruitdenken. Je bepaalt zelf welke kaart je bewaart en welke je weglegt. Met de juiste volgorde speel je in één beurt soms een hele reeks kaarten van je stapel weg.
Hoeveel kaarten krijg je bij Skip-Bo?
Elke speler krijgt een eigen voorraadstapel. Hoeveel kaarten Skip-Bo je per speler deelt, hangt af van het aantal spelers.
| Spelers | Kaarten per voorraadstapel | Kaarten die overblijven als trekstapel |
| 2 | 30 | 102 |
| 3 | 30 | 72 |
| 4 | 30 | 42 |
| 5 | 20 | 62 |
| 6 | 20 | 42 |
Speel je Skip-Bo met 2 personen, dan krijgt iedereen dus 30 kaarten, net als met drie of vier spelers. Daardoor blijft bij twee spelers een veel grotere trekstapel over. Het spel loopt dan minder snel vast, maar een potje duurt ook langer. Met vijf of zes spelers krijgt iedereen er 20. Wil je een korte versie spelen, dan deel je iedereen maar 10 kaarten. Verder blijven alle regels gelijk.
Welke stapels zijn er bij Skip-Bo?
Tijdens het spel liggen er vier soorten stapels op tafel. Aan het begin liggen alleen de voorraadstapels en de trekstapel klaar. De andere stapels ontstaan tijdens het spelen.
- Je voorraadstapel ligt rechts van je:
Deze stapel ligt dicht, maar de bovenste kaart ligt altijd open. Wie als eerste zijn voorraadstapel leeg heeft, wint. Je mag nooit naar de dichte kaarten eronder kijken. - De trekstapel ligt in het midden:
Na het delen gaan de overgebleven kaarten dicht in het midden. Hieruit vul je aan het begin van elke beurt je hand aan tot vijf kaarten. Is de trekstapel op, dan schud je de volle bouwstapels door elkaar. - De bouwstapels zijn voor iedereen:
In het midden kunnen maximaal vier bouwstapels liggen. Je begint een bouwstapel alleen met een 1 of een Skip-Bo-kaart, en bouwt hem op van 1 tot en met 12. Een stapel die bij 12 is, gaat van tafel. - Je aflegstapels liggen links van je:
Iedere speler heeft maximaal vier eigen aflegstapels. Daar leg je kaarten in elke volgorde neer, maar alleen de bovenste kaart mag je later weer spelen. Je beurt eindigt altijd met een kaart op een aflegstapel.
Hoe speel je Skip-Bo stap voor stap
Hoe werkt Skip-Bo? Je speelt om de beurt zoveel mogelijk kaarten op de bouwstapels, en eindigt je beurt door één kaart af te leggen. Deze Skip-Bo regels volgen de officiële handleiding van Mattel.
1. Bepaal de deler en deel de voorraadstapels
Iedereen trekt een kaart, en wie het hoogste getal heeft, deelt. Skip-Bo-kaarten tellen daarbij niet mee. De deler geeft iedereen een dichte voorraadstapel en legt de rest van de kaarten als trekstapel in het midden. Elke speler draait de bovenste kaart van zijn voorraadstapel om. Na elk potje schuift de deler één plek naar links.
2. Trek vijf kaarten
De speler links van de deler begint. Hij pakt vijf kaarten van de trekstapel. Heeft hij een 1 of een Skip-Bo-kaart, in zijn hand of bovenop zijn voorraadstapel, dan mag hij daarmee een bouwstapel beginnen. Daarna mag hij verder bouwen met kaarten die passen. Speel je in één beurt alle vijf de kaarten uit je hand, dan pak je er vijf nieuwe en speel je door.
3. Bouw verder op de bouwstapels
Een bouwstapel bouw je altijd op volgorde, dus op een 4 komt een 5. Je mag spelen vanuit je hand, vanaf de bovenkant van je voorraadstapel en vanaf de bovenkant van je aflegstapels. Speel bij voorkeur eerst de kaarten van je voorraadstapel. Die stapel moet leeg om te winnen, en elke kaart die je ervan wegspeelt, maakt een nieuwe kaart vrij.
4. Leg een kaart af om je beurt te eindigen
Kun of wil je niet meer spelen, dan leg je één kaart uit je hand op een van je vier aflegstapels. Daarmee is je beurt voorbij. Leg slim af. Leg bijvoorbeeld een 9 op een 10, zodat je ze later in de goede volgorde kunt spelen. Bij je volgende beurt vul je je hand eerst weer aan tot vijf kaarten.
5. Speel tot iemand zijn voorraadstapel leeg heeft
Het spel gaat door tot een speler de laatste kaart van zijn voorraadstapel heeft weggespeeld. Die speler wint het potje. Wil je meerdere potjes spelen, dan hou je de punten bij. Wie als eerste 500 punten heeft, wint het hele spel.
Hoe werkt de puntentelling bij Skip-Bo?
De winnaar van een potje krijgt 25 punten voor het winnen. Daarbovenop krijgt hij 5 punten voor elke kaart die nog in de voorraadstapels van de andere spelers zit.
Een rekenvoorbeeld. Je wint een potje met drie spelers. Je tegenstanders hebben nog 12 en 8 kaarten in hun voorraadstapel. Dan krijg je 25 punten plus 20 keer 5 punten, samen 125 punten. Met vier van zulke potjes zit je al op 500. Win je in een vroeg stadium, terwijl de anderen nog veel kaarten hebben, dan scoor je dus flink meer.
Hoe speel je Skip-Bo in teams?
Met vier of zes spelers kun je ook in teams van twee spelen. De regels blijven bijna hetzelfde, met een paar verschillen:
- Je speelt ook met de kaarten van je partner:
Tijdens jouw beurt mag je spelen vanaf je eigen voorraadstapel en aflegstapels, en ook vanaf die van je partner. Zo maak je samen sneller reeksen en kom je eerder bij de 12. - Je partner moet tijdens jouw beurt stil zijn:
Alleen de speler die aan de beurt is, mag zijn partner vragen een kaart te spelen. Bijvoorbeeld: speel je Skip-Bo als 4. Wie toch helpt of voorzegt, pakt twee kaarten van de trekstapel en stopt die dicht in zijn voorraadstapel. - Jullie winnen als beide voorraadstapels leeg zijn:
Het potje is pas voorbij als de voorraadstapels van allebei de teamleden leeg zijn. Is één stapel al op, dan blijven beide partners spelen vanaf hun aflegstapels.
Wat is Skip-Bo Junior?
Skip-Bo Junior is een eenvoudigere versie voor kinderen vanaf 5 jaar. Je speelt met 2 tot 4 spelers en 112 kaarten met vrolijke kleuren en dierenplaatjes. De Skip-Bo Junior regels hebben twee niveaus, zodat het spel meegroeit met je kind. Net als in het origineel wint wie als eerste al zijn kaarten heeft weggespeeld. Een potje duurt ongeveer tien minuten. Dat maakt Skip-Bo Junior een goede opstap naar het gewone spel vanaf 7 jaar.
Wat is Skip-Bo Express?
Skip-Bo Express is een snellere versie voor precies twee spelers vanaf 7 jaar. In de doos zitten maar 56 kaarten, en de regels zijn aangepast zodat het tempo hoger ligt. Het is daarmee een handige keuze als je met z’n tweeën een snel potje wilt spelen. Door het kleine formaat past het ook goed tussen de reisspellen voor op vakantie.
Waarom is Skip-Bo zo’n populair kaartspel
Skip-Bo combineert eenvoudige regels met net genoeg tactiek om elke beurt na te denken. Kinderen vanaf 7 jaar kunnen meedoen, en volwassenen blijven het spannend vinden. Hou je van kaartspellen van Mattel, probeer dan ook de UNO varianten of het opdrachtenspel Phase 10. Meer klassiekers vind je bij onze klassieke kaartspelletjes.